Overzicht van de familie van Safan

Safan (1. wijs, slim; 2. Klipdas)
zoon van Azalia

Staatssecretaris van de koning. Eén van de leiders tijdens de
opwekking onder koning Josia (2Kon.23:3-14; 2Kron.34:8-20).



* Gemarja (Jehova heeft voleindigd)
zoon van Safan

Hij had een vertrek in de tempel (was hij priester?) en was één
van de drie die Jojakim er van wilden weerhouden Jesaja's boekrol
te verbranden (Jer.36:12,25).



:: Michaja (Wie is de Here gelijk?)
zoon van Gemarja

Hij bracht de woorden van Jeremia, die Baruch vanuit het vertrek
van zijn vader voorgelezen had naar het paleis (Jer.36:10-12).



* Ahikam (mijn broeder heeft zich verheven; broeder van de
bijstand)
zoon van Safan

Hij was één van 'de vorsten' van de koning. Onder Josia werkte hij
samen met zijn vader mee aan de opwekking. Onder koning Jojakim,
beschermde hij Jeremia tegen de koning en het volk (2Kon.22:12;
Jer.36:24).



:: Gedalja (De Here is groot)
zoon van Ahikam

Nebukadnezar stelde hem aan als stadhouder na de wegvoering van
Zedekia. Deze gaf Jeremia over in de hoede van Gedalja. Hij
handelde en sprak geheel in overeenstemming met Jeremia. Dit is
hem noodlottig geworden (2Kon.25:22; 2Kron.34:20; Jer.39:14;
40:5,9,11; 41:2; 43:6).




* Elasa (God heeft het gedaan)
zoon van Safan

Ambassadeur van koning Zedekia.
Aan hem verzocht Jeremia een brief mee te nemen voor de ballingen
in Babel, toen hij daarheen moest (Jer.39:3).




* Jaäzanja (De Here verneemt het)
zoon van Safan

Ezechiël ziet in een gezicht hoe hij voorgaat in een dienst gewijd
aan de afgoden (Ezech.8:11).


Uit " Bode van het Heil in Christus"
Voor meer info medema@pi.net
Naar Bijbelstudies
Make your own free website on Tripod.com